Pejuta: Tabak, Salie, Ceder & Sweetgrass
De vier medicijn planten
De vier planten die door de Lakota gebruikt worden in ceremonie zijn Tabak, Salie, Ceder en Sweetgrass. Ieder van deze planten draagt unieke eigenschappen en wordt op verschillende momenten gebruikt. Bij ons in de ceremonie zal je voornamelijk tabak en ceder tegenkomen. Met name tabak, wat word gezien als het voornaamste plant medicijn in de woptura lijn, is belangrijk gaat over uitwisseling, dankbaarheid en gebed.
Volgens de traditie begint elke ceremonie met het geven van tabak. Tabak gebruik je voor wocekiya (gebed), en het hoort bij de ceremonie als een plantmedicijn voor het uitdrukken van dank en je op een respectvolle manier open te stellen om te ontvangen. Je stelt je open om deel te nemen aan een ceremonie, voor support, medicijn, kennis en advies. Tabak opent de deur om de communicatie met de geestenwereld en met de voorouders plaats te laten vinden.
Tabak geef je aan de watergieter samen met je financiële bijdrage of leg je op het altaar. Het gaat niet om de vorm: het mag een pakje pijptakbak zijn, maar ook een snufje shag in een tobacco tie, of een sigaret.
De andere drie planten worden allemaal gebruikt voor smudging, het reinigen van energie, ruimte of lichaam met de rook van de plant. Ieder draagt een unieke kwaliteit, betekenis en relatie, hieronder lees je daar meer over.